Consultants als professionals

27 februari 2010 door ICTO TEAM
Bertien Broekhans (TBM sectie Beleid, Organisatie, Recht & gaming)

In dit vak ontwikkelen studenten in zelf hun eigen onderwijsmateriaal (boek). Centraal staat ‘actief leren’ – dat hebben we gefaciliteerd door het bieden van een theoretisch kader, vorm en structuur, opdrachten, formulieren, planning, deadlines en online verslaglegging en samenwerking. De docent zet aan tot leren, zonder nadruk op kennisoverdracht; de student is kritische onderzoeker. Die laatste leert op basis reflection-in-action en doet verslag van reflection-on-action.

Projectbeschrijving
In het tweede kwartaal (nov 2010-jan 2011) is het vak ‘consultants als professionals’ (SPM9252; onderdeel van de minor Consultancy) gegeven. Het vak gaat over de waarborging van kwaliteit in advieswerk en de adviesbranche. Studenten leren theorieën over professionalisering toepassen op praktijksituaties, zowel van individuele consultants als van hun bedrijven en de beroepsgroep als geheel. Voor het vak zijn voor docenten en studenten nieuwe werkvormen gekozen, waarbij studenten (als onderzoeksteam n=24) zelf hun eigen studiemateriaal ontwikkelen aan de hand van individuele en groepsopdrachten (n=4). Voor de uitwisseling van informatie en de controle op die opdrachten zullen verschillende Blackboard toepassingen worden gebruikt.

  1. Via Blackboard wordt de verplichte literatuur beschikbaar gesteld. Studenten gaan hier zelfstandig mee aan het werk, verzamelen data daarbij, wisselen die via Blackboard uit en delen hun verkregen inzichten.
  2. De studenten werken gezamenlijk – on line – aan een boek over het onderwerp van de cursus. Het boek komt tot stand in 6 wiki’s (via Blackboard). Zes werkgroepen zijn ieder verantwoordelijk voor 1 wiki, ofwel 1 hoofdstuk. Iedereen levert data aan en kan meelezen; alleen groepsleden kunnen schrijven.
  3. De data voor die wiki’s/hoofdstukken wordt door alle studenten aangeleverd aan de ‘schrijvende’ groep door individuele opdrachten (via Blackboard). Die opdrachten betreffen onder andere interview, observatie, literatuur review.
  4. Over de conceptversies  van het groepswerk/wiki is een (individuele) peer review georganiseerd.
  5. In een individueel ‘journal’ (via Blackboard) doet iedere student verslag van zijn 6 individuele opdrachten; per opdracht een nieuwe entry en de docent kan meelezen in het journal. Studenten kunnen zo ook links naar rapporten en literatuur, en audio en visueel materiaal koppelen aan hun journal.
  6. De afsluiting van het journal betreft een self assessment (algemene reflectie) op de rol van de betreffende student als adviseur aan de andere groepen en bijdragen aan de wiki’s.
  7. Tijdens alle bijeenkomsten hebben we samen met de studenten ‘geevalueerd’ en wanneer wenselijk en mogelijk meteen werkvormen, afstemming, planning etc  afgesproken en toegepast.


Van 6 wiki’s kan (schijnt) ‘eenvoudig’ één pdf worden gemaakt, die wordt verspreid onder studenten. Het (mondeling) tentamen betreft de wiki’s (boek) en het individuele blog.

Als experiment is dit onderwijs geslaagd! Voor studenten en docenten leerzaam, en op vele punten te verbeteren: mn in optimalisatie van combinatie en afstemming tussen onderdelen, tools, planning, feedback etc. Uit de tussentijdse evaluaties bleek bereidheid van studenten voor experiment; uit eindevaluatie kwam nogmaals naar voren dat dat niet altijd een feestje was. Ze hebben soms hard moeten werken voor iets waarvan we hadden verwacht dat het – juist door IT – makkelijker zou gaan. Studenten zijn trots op het product. Ze hebben samen een boek geschreven; vaak hun eerste publicatie.

Gemiddeld kreeg het vak een 6-.

Sommige studenten kunnen uit de voeten met de ongestructureerde, open opdrachten en waarderen die; anderen juist niet.

Resultaten van didactisch en IT experiment:

  1. In het algemeen heeft de IT omgeving heel anders ‘gewerkt’  dan van te voren verwacht.
  2. De samenwerking door de wiki’s (via Blackboard) was minder online en minder samenbindend dan verwacht. Hiervoor zijn vele sociale, onderwijskundige en technische ‘verklaringen’. De leeromgeving is zeer complex, en gedeeltelijk onzichtbaar.
  3. De mogelijkheden tot het geven van online feedback zijn beperkt (zowel wiki als journal).
  4. Wiki’s zijn niet eenvoudig samen te voegen tot een opgemaakt document. Dit vergt extra inspanning van de studenten en docenten.
  5. Door technische beperkingen droeg journal niet bij aan reflection-in-action. Reflection-on-action werd hierdoor soms te direct gekoppeld aan beoordeling. Voor studenten was dit vreselijk onpraktisch en ontoegankelijk; geen goede leeromgeving voor dit doel.
  6. Peer review tool is ongeschikt voor kwalitatieve, anonieme review in (aan te wijzen) opgedeelde groepen. Door (gelukkig) eerdere ervaring in ander vak, hebben we dat deze groep bespaard. Na overleg is ook self-assessment anders georganiseerd (niet via Blackboard tool).
  7. Met behulp van de (turning point) clickers hebben we een goede evaluatieve discussie gevoerd over het vak als geheel. De stemming is aanleiding voor vragen en antwoorden wat er gebeurt is en wat er aan de hand kan zijn. Onze gesprekleidster was onderwijskundige om discussie te bewaken.

Evaluatie
Belangrijkste aandachtspunten:

  1. Didactische én technische ondersteuning van dit experiment waren ontzettend goed. Maar, gescheiden. De docent kan best wat meedenkkracht gebruiken bij het zoeken/kiezen welke combinatie van didactiek en techniek het beste bijdragen aan het realiseren van de leerdoelen. Dat overzicht ontbrak nu.
  2. Door m.n. technische beperkingen hebben zich perverse effecten voorgedaan; en deden studenten het tegenovergestelde van wat docenten verwachten/wilden. Ten minste gedeeltelijk is dit te voorzien (zie 1.) en niet technisch op te lossen en in die zin onvermijdelijk; docent kan dit wel proberen te voorkomen. Dat vergt doordenken van wat studenten doen met beste combinatie (uit 1.) en de juiste prikkels inbouwen in onderwijs om onvermijdelijke tekortkomingen daarvan te verminderen.

Collegiale tips

  1. Doe dergelijke Innovatieve experimenten niet alleen – samen bedenken hoe docent en student gaan reageren op nieuwe taken, opdrachten, werkvormen is veel leuker en effectiever.
  2. Praat er veel over: leg af en toe je vraag voor aan deskundige (SOC,ELS: snel en adequaat!), ga op zoek naar ervaringen van anderen (bv bij combinatie van didactiek en techniek).
  3. Doordat deel van studentenactiviteit online plaatsvindt – en dus ogenschijnlijk in afwezigheid van docent – zie jij hen en zij jou anders/minder aan het werk dan waarschijnlijk in andere vakken. Denk erover na wat de mogelijke gevolgen zijn voor je relatie met de studenten.

Meer informatie

Docent: Bertien Broekhans (TBM sectie Beleid, Organisatie, Recht & gaming); emailadres: b.broekhans@remove-this.tudelft.nl
Jaargang: 2010-2011


Terug naar:  Onderwijsthema's | Tools | Docentervaring

© 2017 TU Delft

Metamenu